1. 1. Wanneer mijn instructeur langere tijd niets zegt, blijf ik zelf verkeerssituaties tijdig opmerken en oplossen.

 
 
 
 
 

2. 2. Ik kan rijden zonder voortdurend aanwijzingen, herinneringen, vragen of bevestiging van mijn instructeur nodig te hebben.

 
 
 
 
 

3. 3. Wanneer mijn instructeur stil blijft, blijf ik zelf vooruitdenken over wat er in het verkeer kan gaan gebeuren.

 
 
 
 
 

4. 4. Ik durf zelfstandig beslissingen te nemen zonder eerst te controleren wat mijn instructeur ervan vindt.

 
 
 
 
 

5. 5. Mijn aandacht blijft tijdens het rijden vooral bij het verkeer en niet bij de vraag of mijn instructeur misschien gaat corrigeren of ingrijpen.

 
 
 
 
 

6. 6. Wanneer het rijexamen ter sprake komt, kan ik mijn aandacht tijdens het rijden weer richten op hoe ik later zelfstandig aan het verkeer wil deelnemen.

 
 
 
 
 

7. 7. Ik kan een langere rit zelfstandig dragen zonder dat degene naast mij mijn kijken, denken, beslissen of handelen steeds opnieuw op gang hoeft te brengen.

 
 
 
 
 

Vraag 1 van 7

Scroll naar boven