1. 1. Dingen waarbij ik eerder hulp nodig had, doe ik nu steeds vaker helemaal uit mezelf. A. Nooit B. Soms C. Regelmatig D. Vaak E. Bijna altijd 2. 2. Mijn instructeur hoeft mij steeds minder vaak te herinneren aan dingen die ik eerder heb geleerd. A. Nooit B. Soms C. Regelmatig D. Vaak E. Bijna altijd 3. 3. Situaties waarop mijn instructeur mij vroeger moest wijzen, merk ik nu steeds vaker zelf op. A. Nooit B. Soms C. Regelmatig D. Vaak E. Bijna altijd 4. 4. Ik begin steeds vaker zelf met kijken, nadenken, beslissen of handelen voordat mijn instructeur iets zegt. A. Nooit B. Soms C. Regelmatig D. Vaak E. Bijna altijd 5. 5. Ik heb steeds minder bevestiging van mijn instructeur nodig voordat ik zelf een beslissing neem. A. Nooit B. Soms C. Regelmatig D. Vaak E. Bijna altijd 6. 6. Als ik ongeveer tien lessen terugkijk, kan ik concrete dingen noemen die ik toen nog met hulp deed en nu zelfstandig doe. A. Nooit B. Soms C. Regelmatig D. Vaak E. Bijna altijd 7. 7. Ik weet wat mijn volgende stap naar meer zelfstandigheid is. A. Nooit B. Soms C. Regelmatig D. Vaak E. Bijna altijd Is aan het laden … Vraag 1 van 7