1. 1. Wanneer ik tijdens het rijden een fout maak, begrijp ik achteraf waardoor die fout is ontstaan.

 
 
 
 
 

2. 2. Ik kan bij een fout terugkijken naar wat er gebeurde vóórdat ik uiteindelijk verkeerd handelde.

 
 
 
 
 

3. 3. Wanneer dezelfde fout terugkomt, begrijp ik steeds beter waarom die fout bij mij opnieuw ontstaat.

 
 
 
 
 

4. 4. Ik weet bij terugkerende fouten of het probleem bijvoorbeeld eerder begon bij wat ik opmerkte, verwachtte, activeerde of inschatte.

 
 
 
 
 

5. 5. Wanneer mijn instructeur mij corrigeert, begrijp ik niet alleen wat ik anders moet doen, maar ook waarom ik daar zelf niet eerder toe kwam.

 
 
 
 
 

6. 6. Wanneer ik iets achteraf wel weet maar tijdens het rijden opnieuw te laat doe, wordt onderzocht waarom die kennis niet zelfstandig op tijd beschikbaar kwam.

 
 
 
 
 

7. 7. Wanneer dezelfde correctie meerdere lessen terugkomt, wordt voor mij duidelijk wat er in mijn eigen proces moet veranderen om die correctie uiteindelijk niet meer nodig te hebben.

 
 
 
 
 

Vraag 1 van 7

Scroll naar boven