Voortgang van de test 32% 1. Ervaren spanning bij schoolexamens Selecteer de stelling die het meest op u van toepassing is. A. Spanning vóór het examen B. Spanning tijdens het examen C. Spanning vóór en tijdens het examen D. Geen spanning ervaren E. Geen schoolexamens afgelegd 2. Verwachte spanning bij het rijexamen Selecteer de stelling die het meest op u van toepassing is. A. Spanning vóór het examen B. Spanning tijdens het examen C. Spanning vóór en tijdens het examen D. Weinig tot geen spanning verwacht E. Onzeker over eigen spanningsniveau 3. Stressreactie bij prestatiemomenten Selecteer de stelling die het meest op u van toepassing is. A. Snelle spanningsreactie B. Beperkte spanningsreactie C. Onregelmatige spanningsreactie D. Nauwelijks spanningsreactie E. Onzeker over eigen stressreactie 4. Structureel spanningsniveau Selecteer de stelling die het meest op u van toepassing is. A. Regelmatige spanningsbelasting B. Ik heb vaak strest in mijn leven. C. Matige spanningsbelasting D. Lage spanningsbelasting E. Onzeker over eigen spanningsniveau 5. Eerdere betrokkenheid bij verkeersongevallen Selecteer de stelling die het meest op u van toepassing is. A. Betrokken geweest bij een ernstig ongeval B. Betrokken geweest bij een ongeval met blijvende impact C. Betrokken geweest bij een ongeval zonder blijvende impact D. Niet betrokken geweest bij een verkeersongeval E. Onzeker / geen antwoord 6. Observatiegedrag als passagier Selecteer de stelling die het meest op u van toepassing is. A. Let zelden op het rijgedrag B. Let vooral op voertuigbediening C. Let op verkeerssituaties en beslissingen D. Analyseert actief verkeerssituaties en keuzes E. Besteedt bewust geen aandacht Is aan het laden … Vraag 1 van 6